Kennis

Kennis van de klant

toont in contact met de klant op de hoogte te zijn van de kenmerken en behoeften van de klant . Achterhaalt de ontwikkelingen in de omgeving van de klant en past dit toe in de dagelijkse werksituatie.

  • kent van specifieke klantgroepen de vragen,  kenmerken, behoeften en wensen;
  • kent de (organisatie-) verbanden en netwerken van belangrijkste klantgroepen;
  • houdt regelmatig “vinger aan de pols”, vraagt om feedback bij belangrijkste klanten(groepen);
  • signaleert veranderingen in behoefte(patronen), wensen, opvattingen van klanten;
  • formuleert pro-actief mogelijke oplossingsrichtingen tijdens de verschillende fasen van een project.

Kennis van het vak

past de kennis van het vakgebied toe in de dagelijkse praktijk, toont in het werk actueel op de hoogte te zijn van de nieuwe ontwikkelingen op het vakgebied, past de vakkennis ook toe in andere werkvelden.

  • heeft vakkennis van projectmatig werken;
  • beschikt over ervaringkennis betreffende projectmatig werken;
  • heeft het vermogen om over de grenzen van meerdere vakgebieden heen te kijken, verbanden in een integrale context te kunnen plaatsen;
  • houdt ontwikkelingen bij op het vakgebied en vertaalt deze naar projectgerichte toepassingen.

Kennis van de organisatie

gebruikt de verschillende werkterreinen, producten en diensten in de uitvoering van het werk, houdt daarbij rekening met de belangen van de organisatie. Organiseert een eigen intern netwerk om als relevant platform te fungeren.

  • weet binnen welke discipline bepaalde expertise en competenties te vinden zijn;
  • kent de belangrijkste processen binnen de ambtelijke organisatie;
  • kent de kernproducten en -diensten van de gemeentelijke organisatie en weet waar deze organisatorisch zijn ondergebracht.

Vaardigheden

Analyseren

dringt snel  tot de kern door en onderscheidt hoofdzaken en bijzaken.

  • vertaalt ideeën in projectaanpak en projectstappen;
  • brengt de belangen van de verschillende groepen in beeld, beoordeelt deze en maakt een afweging;
  • schakelt snel naar verschillende abstractieniveaus;
  • werkt methodisch.

communiceren***

luistert naar de boodschap van de ander, wisselt denkbeelden uit, stemt verwachtingen af en maakt concrete afspraken.

  • luistert, verwoordt op heldere wijze wat de ander zegt, vraagt door als zaken onduidelijk zijn;
  • vat samen wat de kern is van de vraag- of probleemstelling en komt tot heldere, beargumenteerde afwegingen;
  • maakt duidelijke afspraken met gesprekspartners;
  • schakelt en varieert in gespreksstijlen;
  • communiceert tactvol / diplomatiek;
  • geeft op constructieve wijze feedback en staat open voor feedback;
  • geeft gemaakte fouten toe;
  • presenteert op heldere wijze naar verschillende niveaus de doelstellingen en verwachte uitkomsten van het project;
  • drukt zich schriftelijk helder en duidelijk uit, en schrijft projectplan.

Delegeren

schat in welk deel van de eigen werkzaamheden en verantwoordelijkheden overgedragen kunnen worden, toetst vervolgens op de resultaten.

  • schat de taak- en relatievolwassenheid en zelfstandigheid van medewerkers in en bespreekt dit met hen;
  • draagt verantwoordelijkheden over binnen de grenzen van taak- en relatievolwassenheid van de medewerkers;
  • toetst op basis van afgesproken resultaten.

Klantgericht werken***

kent en doorziet de wensen en belangen van de klant en levert vervolgens oplossingen volgens de specificatie van de klant. Bouwt met de klant een relatie op door de klant bij de eigen organisatie te betrekken en op deze wijze doelgericht aan klanttevredenheid te werken.

  • betrekt relevante spelers binnen en buiten de gemeente bij de projectuitvoering;
  • neemt in- en externe klachten serieus en zorgt ervoor dat deze op constructieve wijze worden opgelost;
  • geeft (bestuurlijk) relevante signalen door aan CMT en eventueel wethouders en burgemeester;
  • houdt bij het opstellen en uitwerken van projectdoelen voortdurend de wensen en behoeften van de  klant in gedachten.

Leidinggeven

helpt en begeleidt anderen hun werk doelgericht en doelmatig te doen. Geeft concrete feedback over de resultaten en de wijze waarop de werkzaamheden zijn uitgevoerd.

  • vertaalt de door de ambtelijke organisatie aangegeven doelen naar een concrete en in tijd weergegeven projectaanpak volgens SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel (haalbaar), Realistisch, Tijdsgebonden), principes en communiceert helder de kwaliteitsnormen bij de te realiseren doelen;
  • bespreekt de ontwikkeling van de medewerkers en vertaalt dit in benodigde ondersteuning, coaching en begeleiding;
  • past verschillende stijlen van leidinggeven toe, managet teamrollen, coacht en stuurt aan op resultaten en uitkomsten die specifiek voor het project zijn benoemd;
  • creëert ruimte voor medewerkers voor eigen inbreng, opvattingen en werkwijze.

Belangen hanteren

houdt rekening met belangen van zichzelf, anderen en verschillen daartussen en neemt deze mee bij afwegingen in het eigen werk of te nemen beslissingen

  • opereert in het spanningsveld tussen inlevingsvermogen en zakelijkheid;
  • zet op heldere wijze verschillende belangen uiteen en maakt daarin beargumenteerde afwegingen;
  • houdt in lastige situaties met tegengestelde belangen partijen aan tafel.

Onderhandelen

vertegenwoordigt met tact en diplomatie de eigen belangen of de belangen van de organisatie zodanig dat er een win/win situatie wordt bereikt en komt hierbij tot resultaat.

  • verdedigt op verschillende wijzen – afhankelijk van de situatie, betrokkenen en inhoud – belangen, weegt belangen af en draagt bij aan bevredigende en effectieve resultaten;
  • stelt zich standvastig op, zonder dat het afbreuk doet aan relationele aspecten;
  • biedt waar nodig tegenwicht aan politiek, externe en/of interne partijen.

Plannen en organiseren

denkt vooraf de eigen activiteiten of van anderen door, stelt doelen en plant acties. Beheert en stuurt in termen van tijd, geld, kwaliteit, informatie en organisatie.

  • stelt SMART doelstellingen op, zorgt ervoor dat deze op efficiënte wijze worden gerealiseerd;
  • stelt prioriteiten, organiseert werkzaamheden, overlegt met anderen en betrekt anderen waar nodig;
  • stelt SMART projectplan op en bewaakt de voortgang hiervan;
  • monitort resultaten;
  • maakt kwaliteitsnormen inzichtelijk;
  • volgt frequent (dagelijks) de gang van zaken ten aanzien van planning, capaciteit en budget.

Houding en Persoonskenmerken

Samenwerken***

richt zich met anderen op een gemeenschappelijk doel, ook wanneer het een onderwerp betreft dat niet (direct) van persoonlijk belang is, helpt anderen en deelt de resultaten van het werk.

  • creëert gemeenschappelijke doelen;
  • werkt op effectieve, constructieve en efficiënte wijze samen met leidinggevenden van betrokken discipline.
  • betrekt leidinggevenden en medewerkers bij discussies over doelen;
  • zoekt en daagt  regelmatig collega’s uit voor het geven van feedback over functioneren van de organisatie en eigen rolinvulling;
  • deelt ervaringen, inzichten en kennis met anderen.

Realiteitszin

schat de praktische haalbaarheid van plannen, doelstellingen en acties in, qua acceptatie en toepasbaarheid.

  • stelt de haalbaarheid ten aanzien van de uitvoering realistisch voor en toetst dit bij relevante partijen;
  • informeert, beargumenteert over consequenties van projectvoorstellen.

Creatief

komt met originele nieuwe oplossingen of bijdragen, bedenkt nieuwe werkwijzen voor bestaande.

  • vindt creatieve ( en praktische) oplossingen voor problemen;
  • creëert op creatieve wijze draagvlak voor veranderingen en ontwikkelingen;
  • staat open, en genereert ideeën voor (veranderende) aanpak en werkwijze;b
  • begeleidt, daagt mensen uit om verder te kijken dan eigen horizon of gezichtsveld;
  • stelt regelmatig eigen patronen, (vaste) denkkaders en werkwijze ter discussie en staat open voor veranderingen.

Natuurlijk overwicht

verkrijgt erkenning door op natuurlijke wijze gezag uit te stralen.

  • dwingt respect af bij het management en de medewerkers door de mogelijkheden en onmogelijkheden rond ontwikkelingen binnen de projectsituatie te schetsen.

*** competenties : zijn organisatiebrede competenties (komen terug in alle competentieprofielen)