Vertaling en uitwerking Beleid (BV)

Kennis

Kennis van de klant

toont in contact met de klant op de hoogte te zijn van de kenmerken en behoeften van de klant . Achterhaalt de ontwikkelingen in de omgeving van de klant en past dit toe in de dagelijkse werksituatie.

  • kent van specifieke beleidsvelden de klantengroepen, de kenmerken, de vragen, behoeften en wensen;
  • kent de (organisatie) verbanden en netwerken van klantgroepen;
  • kent en volgt (beleids)ontwikkelingen;
  • heeft en neemt kennis van de effecten, de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van beleid;
  • weet wanneer partijen of klantgroepen bij beleidsvertaling betrokken moeten worden.

Kennis van het vak

past de kennis van het vakgebied toe in de dagelijkse praktijk, toont in het werk actueel op de hoogte te zijn van de nieuwe ontwikkelingen op het vakgebied, past de vakkennis ook toe in andere werkvelden.

  • heeft vakkennis van het werkveld;
  • kent de sleutelfunctionarissen van beleidsontwikkeling;
  • heeft inzicht wanneer partijen/klantgroepen bij beleidsontwikkeling betrokken dienen te worden;
  • kent de  interne en de externe informatiebronnen en spreekt ze (waar nodig) aan.

Kennis van de organisatie

gebruikt de verschillende werkterreinen, producten en diensten in de uitvoering van het werk, houdt daarbij rekening met de belangen van de organisatie. Organiseert een eigen intern netwerk om als relevant platform te fungeren.

  • kent de gekozen koers binnen de gemeente en is in staat consequenties voor het eigen werkterrein te benoemen;
  • weet relevante spelers binnen de gemeente op het juiste moment te betrekken bij de ontwikkeling van beleidsvoorstellen.

Vaardigheden

Analyseren

dringt snel  tot de kern door en onderscheidt en hoofdzaken en bijzaken.

  • verzamelt en ordent benodigde gegevens en informatie;
  • brengt onderscheid aan in de relevantie van verschillende belangen;
  • onderscheidt hoofd- en bijzaken uit een veelheid van informatie;
  • plaatst probleem- en vraagstelling in beleidscontext en gebruikt relevante verbanden;
  • benoemt en/of beschrijft  de kern van probleem- en vraagstelling en zet dit helder uiteen.

Communiceren ***

luistert naar de boodschap van de ander, wisselt denkbeelden uit, stemt verwachtingen af en maakt concrete afspraken.

  • luistert, verwoordt op heldere wijze wat de ander zegt, vraagt door als zaken onduidelijk zijn;
  • vat samen wat de kern is van de vraag- of probleemstelling;
  • maakt duidelijke afspraken met gesprekspartners;
  • brengt de boodschap over naar (interne en externe) klanten en gebruikers en toetst of dit is begrepen;
  • informeert tijdig en op adequate wijze betrokken afdelingen;
  • schrijft heldere nota’s en andere documenten;
  • geeft gemaakte fouten toe.

Klantgericht werken ***

kent en doorziet de wensen en belangen van de klant en levert vervolgens oplossingen volgens de specificatie van de klant. Bouwt met de klant een relatie op door de klant bij de eigen organisatie te betrekken en op deze wijze doelgericht aan klanttevredenheid te werken.

  • adviseert klanten en gebruikers over beleid en de toepassing hiervan;
  • betrekt op actieve wijze klanten of klant groepen bij (beleids)processen;
  • vertaalt klantsignalen naar relevante functionarissen;
  • maakt op heldere wijze een vertaalslag van beleidsdoelen naar beleid en beleidstoepassing;
  • legt uit eigen beweging verbindingen met verschillende klant groepen om zich op de hoogte te stellen van de behoeften van de klant.

Overtuigen

wint anderen voor een bepaald gezichtspunt, idee of oplossing.

  • krijgt klanten “mee” op basis van argumenten en enthousiasme;
  • hanteert verschillende beïnvloedingsstijlen die passen bij de gesprekspartners;
  • stelt zich in verbinding met de klant en belicht en sluit ideeën van beide partijen op elkaar aan;
  • hanteert het gekozen gezichtspunt bij elke vorm van communicatie als uitgangspunt.

Plannen en organiseren

denkt vooraf de eigen activiteiten of van anderen door, stelt doelen en plant acties. Beheert en stuurt in termen van tijd, geld, kwaliteit, informatie en organisatie.

  • stelt realistische doelen en realiseert deze op efficiënte wijze;
  • stelt prioriteiten, organiseert werkzaamheden, overlegt met anderen en betrekt anderen waar nodig;
  • bewaakt voortgang van de (beleids)processen;
  • coördineert de vertaalslag van centraal naar decentraal beleid;
  • monitort de uitvoering van beleid en evalueert de beleidsuitvoering.

Houding en Persoonskenmerken

Realiteitszin

schat de praktische haalbaarheid van plannen, doelstellingen en acties in, qua acceptatie en toepasbaarheid.

  • houdt rekening met de grenzen waarbinnen geacteerd dient te worden;
  • stelt de haalbaarheid ten aanzien van de uitvoering realistisch voor en toetst dit bij de relevante medewerkers;
  • infomeert beargumenteerd over consequenties van voorstellen van nieuw beleid.

Samenwerken ***

richt zich met anderen op een gemeenschappelijk doel, ook wanneer het een onderwerp betreft dat niet direct van persoonlijk belang is, helpt anderen en deelt de resultaten van het werk.

  • deelt ideeën, betrekt anderen bij de uitwerking en vertaling van het beleid;
  • werkt samen met andere beleidsvelden aan de uitwerking van gemeenschappelijke doelen;
  • stimuleert de actieve bijdrage van in- en externe klanten bij het opstellen van beleid.

Creatief

komt met originele nieuwe oplossingen of bijdragen, bedenkt nieuwe werkwijzen voor bestaande.

  • vindt (praktische) oplossingen voor zaken waarin in( wettelijke) regelingen niet wordt voorzien;
  • creëert op creatieve wijze draagvlak voor beleid;
  • bedenkt nieuwe, uitdagende werkvormen.

*** competenties : zijn organisatiebrede competenties (komen terug in alle competentieprofielen)