Na mijn master Criminologie heb ik vijf jaar bij Bureau Jeugdzorg gewerkt als jeugdbeschermer, met gemiddeld 20 gezinnen onder mijn hoede. Als gevolg van bijvoorbeeld scheidingen, beperkte opvoedvaardigheden of schulden loopt een gezin soms vast. Het is mooi om te helpen hen weer op de rails te krijgen. In 2015 kwam de complete jeugdzorg bij de gemeenten terecht. Toen heb ik gesolliciteerd op de vacature voor voorzitter van de Jeugdbeschermingstafel voor Zoetermeer en vier omliggende gemeenten.

Vrijwillig, maar niet vrijblijvend

Een bijeenkomst aan de Jeugdbeschermingstafel vindt plaats wanneer vrijwillige hulpverlening niet voldoende lijkt te werken. We bekijken welke opties er zijn, samen met de Raad voor de Kinderbescherming en andere deelnemers in de keten, van hulpverleners tot scholen of de wijkagent. En met de ouders en kinderen zelf natuurlijk, want zij moeten de kans krijgen om hún visie te geven. Deelname is voor hen vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Zelden komt het voor voor dat ze niet verschijnen. Meestal realiseren ze zich wat er op het spel staat, want aan tafel kunnen we een onderzoek naar een kinderbeschermingsmaatregel voorkomen. De uitkomst van de bijeenkomst maken we daardoor met elkaar, al is de lijn tussen gedwongen en vrijwillig dun en is het soms een hele kunst om op dat koord te lopen. Vooral als het om baby’s gaat, schieten we als hulpverlening nog weleens in paniek. Als blijkt dat aan tafel gemaakte afspraken werken en het goed gaat, maakt me dat trots.

Verbinding zoeken

De Jeugdbeschermingstafel is een relatief nieuwe aanpak en we zijn nog altijd bezig om de mogelijkheden te ontdekken. Samen met de secretaris bereid ik de gemiddeld drie wekelijkse bijeenkomsten voor, zorg dat iedereen gehoord wordt en leg afspraken vast. Dat kan behoorlijk complex zijn, er zit soms veel onmacht bij zowel de ouders als instanties en toch moet je in anderhalf uur de best passende vervolgrichting vinden. Ik vind het mooi om te zien dat we daarbij steeds meer de slag maken van aanbodgericht naar vraaggericht werken, dus eerst luisteren en vervolgens samen iets bedenken. Die ambitie past heel goed bij me en de manier waarop de gemeente verbinding zoekt met de bewoners spreekt me erg aan, evenals het kunnen bijdragen aan het integraal werken. Dit werk kan emotioneel zwaar zijn, maar gelukkig kan ik dingen goed van me afzetten. De fietstocht van Zoetermeer naar huis helpt daarbij zeker, als ik thuiskom is veel uit mijn hoofd gewaaid.